voor warming-up delen aantal de trainers TAG-belds uit bij alle spelers die aankomen. zodat iedereen voorzien is van een TAG-beld. gebruiken van elke kleur 6 of 7 TAGs; lichblauw, donderkblauw, rood, geel (2x)
Warmlopen is op deze leeftijd niet echt nodig voor het losmaken van de spieren, maar is ook even een moment van focus.
Klein rondje warmlopen (met acties onderweg; grond aanraken, spong in de lucht, draai om de as)
Op lijntje opstellen en dan;
Hakken billen, knieheffen, sluitpas, kruispas, handen-voeten lopen, netjes op lijn lopen, etc
Rondje uitlopen of even een sprintje heen en weer
daarna groepjes maken; (~ 31 kinderen)
5 groepjes, dus 6 of 7 kinderen per groepje (als het goed is klopt dit met de TAGs)
Aantal oefeningen waarbij we doorschuiven met groepjes, bij elk groepje staat een trainer/hulpouder. Trainers die hulpouders ondersteunen. ongeveer 8 minuten per onderdeel.
Uitleg TAG’s bij oefeningen van intro’s (kan bij verschillende oefeningen)
Aan zijkant dragen van de band
NIET wegslaan van TAG (daarom 2 handen op de bal)
Roepen TAG bij pakken
‘Tackelaar’ geeft netjes terug aan ‘getackelde’
Na TAG binnen ~ 2 seconden passen naar teamgenoot
Beide spelers pas weer verder als de TAG weer goed zit
Starten met 1 speler als kop van de slag. Deze probeert (binnen een gridje) TAGs van andere spelers te pakken.
Als een TAG gepakt is, sluit de speler aan op de slang (handen vast)
er ontstaat dan een slag van 2 tikkers, deze kunnen elke met de vrije hand een tag pakken.
zo wordt de slang steeds groter.
Let op;
NIET wegslaan van handen die voor TAG gaan
gaat TAGen te lastig, ga dan door met gewoon tikkertje.
elke speler heeft een eigen bal.
start met uitleggen hoe ze de bal moeten vasthouden
Aantal oefeningen
bal om de middel heen bewegen (probeer allemaal aantal rondjes of zoveel mogelijk)
bal door de benen heen bewegen
bal omhoog gooien en vangen (daarna met een klap erbij)
Maatje zoeken en tegenover elkaar staan (bij oneven springt een trainer in of groepje van 3), samen één bal.
overgooien (probeer op houding te letten)
sta achter elkaar, voorste gooit naar achteren naar maatje, achterste loop met bal naar voren en gooit weer naar achteren, enz..
Bij bal vasthouden let op:
vingers gespreid aan beide kanten van de bal
bal dragen op borst hoogte
ellebogen naar binnen.
parcourtje bestaande uit o.a.;
slalom
pass van trainer en terug naar trainer
etc...
Het gaat hier met name om behendigheid met en zonder bal. Let erop hoe ze de bal oppakken en neerleggen en hoe ze ook lopen met de bal.
Bij bal vasthouden let op:
vingers gespreid aan beide kanten van de bal
bal dragen op borst hoogte
ellebogen naar binnen.
Start: 3 hoedjes naast elkaar, elke voet een speler (rest van spelers erachter, klaar voor volgende oefening.
Kick: trainer kickt de bal in een veldje en spelers rennen terug naar 3 andere hoedjes.
speler met de bal moet op eerste hoedje uitkomen
2e speler daarnaast op tweede hoedje, maar mag er niet eerder zijn de de baldrager (moet erachter blijven)
3e speler loopt naar op derde hoedje, ook hij/zij niet eerder dan de baldrager!
Lopen en passen; Daarna stap lopen en bal passen.
Start met stilstaand passen (laatste speler maakt de try), gaat dit te gemakkelijk kan na ontvangen van de bal 1/2 passen gelopen worden.
denk bij de pas aan;
kijk speler aan
twee handen passen (GEEN spin-pass)
kijk en wijs de bal na
mik op de borst
geen grote bogen gooien, maar direct.
Voorgaande weken met twee aanvallers gehad en lag de focus met name op de TAG procedure, nu gaan we 1 tegen 1 spelen en is het de bedoeling dat de aanvaller de verdediger probeert te ontwijken, maar blijft wel binnen een bepaald gebied. Waarschijnlijk zal er dus nog steeds veel geTAGt worden.
1 verdediger = tackelaar en pakt dus de TAG
1 aanvaller = probeert met side-step speler te ontwijken.
Vierkant gridje uitgezet, spelers beginnen in het midden bij twee kleuren pionnen. Trainer roept een kleur en die pakt de bal op. Beide spelers; één met bal (aanvaller), één zonder bal(verdediger) lopen achterlijn heen en starten daarna de één tegen één.
Denk bij verdediger (degene die de TAG gaat pakken)
ogen gericht op de TAGs/heupen van de aanvaller
houding; benen licht gebogen, hoofd omhoog, armen boven de heupen.
gaat het ze heel gemakkelijk af, laat ze maar eens een dubbel TAG proberen.
Denk bij de aanvaller (degene die dus de bal draagt)
zoek de ruimte op, het is niet toegestaan de speler 'omver' te lopen
blijf naar voren lopen (geen gekke bewegingen met boogjes naar achteren)
vingers gespreid aan beide kanten van de bal
bal dragen op borst hoogte
ellebogen naar binnen
Als eindspel doen we het spelletje overlopertje met TAGs
vierkant grid ~ 20-30m
op lijn staan alle kinderen klaar met TAGs. behalve aantal die starten in het midden zonder TAGs
kinderen proberen naar de overkant te rennen.
degene zonder TAGs gaan de kinderen in het midden helpen.
Bij 1 TAG weg, mag je blijven lopen.
Bij 2 TAGs weg, moet je dus helpen in het midden.