12 mei 2021
18:00 - 19:00
18:00 - 19:00
Aantal oefeningen waarbij we doorschuiven met groepjes, bij elk groepje staat één trainer. ongeveer 10 minuten per onderdeel.
Vos kom uit je hol
één speler zit in een hoepel (hol) - (eventueel twee mocht het te moeilijk gaan)
rest van de spelers (haasjes) staan achter een lijn buiten het vak (bos)
Dan spel starten
Trainer wijst een speler aan die mag roepen.
Op het teken van trainer oplopen.
Aangewezen speler roept "vos kom uit je hol".
Dan probeert de Vos de Haasjes te Taggen
Aanwijzing
haasjes stimuleren vlak bij de vos te komen
durf te wachten met wegrennen totdat de vos komt.
Vos stimuleren te wachten tot haasjes dichtbij zijn.
Aantal gates schuin achter elkaar. Op 3 verschillende dieptes.
Speler 1 loopt door de gate en gelijk daarna passen naar support spelen 2. Die loopt door vogende gate en past naar speler 3, die weer door een gate loopt en naar de speler 4 past.
Gaat erom dat je de bal op snelheid ontvangt en dus ook op snelheid door de gate gaat.
Essentieel dat je aangeeft aan welke kan je aanspeelbaar bent. Houd voldoende diepte zodat je op snelheid kan inkomen.
key elementen;
Communiceren! Luisteren en praten spelers met elkaar?
Op snelheid door de gate.
Aanvallers; mogen lopen, kicken, passen. Maar niet de bal over de lijn lopen om te scoren.
Bal scoren door over een lijn te kicken/gooien. Mag elke lijn zijn, maar niet dezelfde als vorige score.
Na score bal altijd terug in het vierkant!
Verdedigers; proberen bal te onderscheppen of de bal op de grond te krijgen. Bij bal op de grond is bal over naar andere partij.
High-intensity; 1~2 min per game, korte analyse en dan weer.
variaties
Opties bij veel/weinig spelers
veld groter/kleiner.
X aantal verschillende spelers moeten de bal gehad hebben.
Maximaal X seconden van de bal
key elementen;
Spelers moeten de ruimte opzoeken, ruimte creëren door de bal snel te bewegen
Communiceren! Luisteren en praten spelers met elkaar?
Stel de groep in een kring op, met ~1/1.5 meter ertussen
Eerste speler past en rent meteen een rondje om de groep heen. Groep past door. Wie is eerder thuis: de bal of de speler?
variatie:
Gezicht naar de buitenkant.
Afstand
Tijd (hoe snel kunnen ze rond gooien (zonder rennen of bal laten vallen)
Hoe vaak kunnen ze de bal passen zonder dat ie de grond raakt?
key elementen;
netjes passen
goed vangen
overlopertje